Reisboot
met eigen boot waterwegen verkennen 

Planerende motorboot. In de recreatievaart is dit type boot, buiten Nederland, dominant en vrijwel altijd van polyester. Het feit dat je dat type boot niet vaak ziet in Nederland maakt ze dus niet tot 'exoten'. mt name voor zeilers is het een feest van herkenning: grote werven als Benneteau, Jeanneau, Bavaria en Hanse (Sealine) maken ook heel veel motorboten die qua afwerking en ontwerpstijl vaak het zelfde zijn.

Planeren is eigenlijk een beetje 'laag vliegen'; zo voelt het ook wel tijdens het varen.  Natuurkundig stijgt de boot op uit het water omdat daardoor de weerstand minder wordt. voor dat 'opstijgen' heb je wél extra motorvermogen nodig. Als de boot eenmaal op de eigen boeggolf is 'geklommen' zit er een veel kleiner deel van de romp in het water en kan ie daardoor sneller varen met minder motorvermogen. Dat 'opstijgen' kan alleen maar lukken als de romp daarop gebouwd is.

Planerende boot: de boeggolf begint pas halverwege de romp.

Een aantal ontwerp factoren va de romp van zo'n boot maken hem meer of juist minder comfortabel om te varen met zeegang. Naarmate het varen met zeegang comfortabeler wordt neemt het brandstofverbruik toe en de neiging tot 'rollen' bij lagere snelheden ook. Omdat het ontwerpen van een romp van heel veel factoren afhankelijk is bestaat er geen eenvoudige regel om vanuit de specificaties tot een oordeel te komen. In het algemeen zijn gewicht en de romphoek ten opzichte van het water (eng.: deadrise) ter hoogte van het planeerpunt, bepalend. Maar lengte-breedte verhouding van de romp speelt ook een rol. En dan zijn alleen de hoofdpunten genoemd. Bij dit soort boten geldt: 'the proof of the pudding is in the eating'. Het vervelende is dat testen met deze boten vaak op prachtige dagen met vlakke zeeën worden uitgevoerd zodat je er niet veel aan hebt om dat te beoordelen. Op deze site zullen we proberen bij de beschrijving van testberichten informatie hierover te vergaren. Het beste is natuurlijk om het gewoon zelf uit te proberen maar ook dat is vaak lastig te organiseren.

Naarmate een boot lichter is zal ie minder motorvermogen nodig hebben om uit het water te 'klimmen'. Het oppervlak onder water is dan bepalend voor de weerstand die de boot planerend heeft: als dat oppervlak helemaal horizontaal is dan zit er weinig volume onder water, als de romp een sterke V-vorm heeft zit er nog veel volume onder water en is er dus meer motorvermogen nodig om de boot planerend te houden. Dan zou je denken: maak alle rompen horizontaal aan de onderkant maar dan krijg je het effect dat gelijk  is aan duiken van de duikplank en op je buik op het water komen.....De V- vorm zorgt bij die zelfde 'duik' voor het effect van verticaal het water raken met de handen voor je: nauwelijks weerstand. De V-vorm zorgt echter naast verhoogde weerstand ook voor minder zijwaartse stabiliteit bij lage snelheden. De breedte van een boot in relatie tot de lengte maakt ook dat de boot meer of minder romp en boeg voor het planeetpunt heeft zitten om door de golven te snijden en 'klappen' op te vangen. als dat geleidelijker kan is dat beter dan een relatief korte n stompe boegvorm. dat zijn wat algemene regels maar samen met allerlei ontwerp trucs  kan het best zo zijn dat een boot die minder optimaal lijkt het in de praktijk wint van een optimaler lijkende boot. En dan is er nog de vraag: wat is optimaal? Meer....

Als je alleen op zee snel vaart: b.v. een loodsboot of reddingsboot, dan kun je een romp kiezen die compromisloos alleen voor dat doel geschikt is. De reisboot waar we naar zoeken zal echter rustig moeten kunnen varen met 6 km/h op de Vecht, met 12 km/h op de randmeren met wind van opzij én met 60 km/h op zee. Boten die dat alle drie optimaal kunnen bestaan niet. Het wordt dus een compromis en er zijn botenbouwers die er wonderwel in slagen om dat compromis heel goed te laten slagen: de optimale reisboot dus.

Filmpje: Safehaven Marine bouwt snelvarende profi-boten. 

Het gaan planeren met een boot is ook een beetje vergelijkbaar met het opstijgen in een vliegtuig: in dit geval trim je de boot door middel van trilvlakken en soms ook de motoren zelf naar beneden waardoor de boot als het ware uit het water gedrukt wordt en omdat de weerstand van lucht lager is dan die van water lukt  dat. Maar je kunt je voorstellen dat het begin daarvan voor de motoren best zwaar is: als de weerstand eenmaal minder is kan er gas terug genomen worden en de trim omhoog bijgesteld worden tot het punt waar de boot net niet op de golven slaat. dan vaart de boot het meest economisch en toch comfortabel. Bij sterke zeegang zul je de boot naar beneden moeten trimmen om zoveel mogelijk de spitse voorkant van de romp in de golven te duwen en daarmee het slaan op de golven te reduceren tot een comfortabel niveau. Als dat niet meer lukt dan moet je gas terug nemen. Bij ieder boot ligt dat punt ergens anders en het maakt ook erg uit waar de zeegang vandaan komt: vanachter, van voren of opzij. Het lastigst is de zeegang van voren. In het boek Sea Survival van de Royal Yachting Association wordt de volgende vuistregel gehanteerd bij wind en golven op zee aan de voorkant (let op: IJsselmeer en Markermeer hebben een ander,lastiger,  golvenkarakter dan de zee, bij zeegang  waarbij stroming en golfrichting het zelfde zijn):

0/1 Beaufort, 0 tot 0,25 meter  golven: maximale snelheden comfortabel mogelijk. 

2 Beaufort, 0,2 -0,35 meter golven, maximale snelheden mogelijk

3 Beaufort, golven tussen 0,35 en 1 meter,  kruissnelheden comfortabel mogelijk

4 Beaufort: golven tussen 1 en 1,5 meter, oneffenheden wegwerken door trim, kruissnelheid mogelijk

5 Beaufort, golven tussen 1,5 en 2,5 meter, snelheid minderen om 'slaan' op de golven te vermijden, planeren blijft mogelijk

6+ Beaufort , golven boven de 2 meter, golfhoogte planeren moeilijk vol te houden: zigzaggen om loodrecht op golven af varen te vermijden kan planeren nog mogelijk maken anders half-glijden.

Als de wind en golven van de zijkant of achterkant komen kan de boot meer aan. Als de boot waarmee je proef vaart duidelijk meer of juist minder aan kan dan deze vuistregel heb je op dat punt een goede indicatie van vaareigenschappen. 

De boot hoort planerend heel stabiel rechtuit te varen maar ook met de zelfde vaart makkelijk een bocht in te sturen zijn:net als een vliegtuig of een (motor-)fiets. Boten waar je plantjes op tafel ziet staan planeren dus nooit tenzij de plantjes vastgeschroefd zitten. 

En het leuke van de planerende boot is dat je er ook mee kunt half-glijden of waterverplaatsend kunt varen: een alleskunner dus.