Reisboot
met eigen boot waterwegen verkennen 

Bootregistratie en verplichte naamvermelding op de boot.

Publicatie: Januari 2021, bijgewerkt 16-1: aanscherping ICP uitgifte toegevoegd, bijgewerkt 16-2-2021: link naar nieuwe ICP uitgifte regels toegevoegd. November 2023: toegevoegd: op de bon zonder bootnaam

Leestijd: 4 minuten

Volgens een reportage van Nieuwsuur  zijn Nederlandse zeiljachten in 2020 aan de ketting gelegd door de Italiaanse fiscale politie en kunnen op een fikse boete rekenen. Dit omdat ze niet over de in Italië voorgeschreven bootpapieren beschikten.  

Als je een Nederlandse vlag op je boot zet is dat leuk maar totaal iets anders dan het juridische begrip ‘onder Nederlandse vlag varen’. Het ICP is in ieder geval geen papiertje waarmee je juridisch aan kunt tonen dat je ‘onder Nederlandse vlag’ vaart. In de landen die het ICP erkennen (zie lijst onderaan) zal je in de praktijk geen problemen hebben. Maar in de meeste Middellandse zee en Oostzee staten heeft het ICP geen enkele status en daar komt de komende jaren vooralsnog geen wijziging in. Dat het in de praktijk lang goed ging doet daar niets aan af. 

‘Onder Nederlandse vlag’ varen: meer dan de driekleur hijsen. 

Wat je moet kunnen aantonen is wie de eigenaar is van het schip en je moet kunnen aantonen dat het schip onder Nederlandse vlag vaart. Noch het ICP noch de snelle motorbootregistratie van het RDW geven daarover uitsluitsel. Het eigendom staat alleen vast als het schip teboek is gesteld bij het Kadaster en het ‘voeren van de Nederlandse vlag’ kan bij een boot onder de 24 meter voor niet-commercieel gebruik alleen als je een meetbrief en vlaggebrief hebt van het minsterie van I&W; de z.g.n. ‘zeebrief’. Dat kost bij elkaar éénmalig (afgerond) € 1000,- . Wijzigen van eigenaar kost enkele honderden euro’s want dat moet via de Notaris. In een beperkt aantal landen in Europa (zie lijst onderaan) is voor € 485,- alleen een Kadaster registratie (eigendomsbewijs) met BTW verklaring en/of originele aankoopnota voldoende (zie lijst). Maar buiten die landen is er maar één manier om je zaken juridisch goed te regelen en dat is door ook een zeebrief aan te vragen. Alleen met die zeebrief bewijs je dat je juridisch ‘onder Nederlandse vlag’ vaart.  

Stateloos schip 

Die zeebrief levert je niet alleen bescherming op tegen ‘Italiaanse toestanden’ maar het geeft je ook rechten die je zonder die brief, als formeel ‘stateloos schip’, niet hebt. Het gaat o.a. om het recht de haven te verlaten of het recht van vrije doorvaart en doortocht door de territoriale wateren of zeestraten behorend bij landen (zolang je er snel en direct doorheen vaart). Een ‘stateloos’ schip kan verhinderd worden de haven te verlaten en overal geënterd worden door een vreemde kustwacht, ook buiten territoriale wateren of zelfs buiten de 200 mijl zone. Dit loopt in de praktijk zo’n vaart niet maar je kunt het maar goed geregeld hebben. Er zijn ook heel wat lieden die denken dat een zeilboot of een snelle RIB prima zijn om cocaïne of illegale immigranten mee te vervoeren. Je kunt je wellicht voorstellen dat je als opsporingsambtenaar meer interesse hebt voor schepen zonder registratie (ook de roepnaam en MMSI van de marifoon/AIS staat op je zeebrief ) dan schepen die in het register voorkomen. Nodeloos gezeur van norse types met grote laarzen op je boot dus. Een vrij recent voorbeeld is dat van de Nederlandse kustwacht die in de 200 mijls zone van Venezuela een RIB met cocaïne aan boord entert en de opvarenden arresteert die vervolgens door het gerecht in Curaçao veroordeeld worden en voor jaren de gevangenis in gaan. De kustwacht had een redelijk vermoeden dat het een stateloos schip was, het tegendeel werd niet aangetoond dus enteren en doorzoeken mocht oordeelde het gerecht, ook in Venezolaanse wateren. 

Gestolen boot met ICP 

Een gespecialiseerd advocatenbureau waarschuwt er op haar website terecht voor dat het ICP of een snelle motorboot registratie op dit moment op geen enkele wijze bewijst wie rechtmatig eigenaar is van de boot. Die boot kan gestolen zijn en makkelijk voorzien worden van een origineel ICP. RDW registratie zegt alleen iets over de schipper, niet de eigenaar. Bij een Kadaster teboekstelling wordt jouw identiteit vastgesteld en de boot daarna ‘gebrandmerkt’. Dat hield vroeger in dat een nummer in het hout van de romp werd gebrand. Daarna sloeg men een nummer in de stalen romp en nu plakt men een plaatje op de polyester romp. Voor een gering bedrag spuit het Kadaster daarna je hele boot (onzichtbaar) vol met ‘microdust’; duizenden kleine chipjes met het registratienummer. Een dief krijgt die er nooit allemaal uit. En ja, een Kadaster registratie kun je ook gebruiken om een hypotheek op je boot te nemen hoewel dat in de pleziervaart niet veel meer wordt gedaan. Een teboek gestelde boot kan bij verkoop alleen via een Notaris verkocht worden net als een huis; je weet dan zeker dat je geen gestolen boot koopt.  

Conclusie: als je van alle gezeur af wil zijn en zeker wil zijn bij een aankoop: ga voor een Kadaster registratie en als je vaargebied dat vereist voor een zeebrief. Als je goedkoop uit wil zijn kun je in de landen waar die geldig is voor een ICP kiezen: maar zeker niet daar buiten tenzij je ook in Nieuwsuur wil komen natuurlijk. Het Ministerie en het Watersportverbond hebben aangekondigd in het voorjaar met een aanscherping van de ICP uitgifte te komen waardoor er minder misbruik van gemaakt zou moeten kunnen worden. Daarmee wordt het ICP echter niet geldig in landen buiten de lijst; daar zijn verdragswijzigingen voor nodig en dat duurt jaren, als het ooit er van komt. 

Update 16-2-2021: De nieuwe eisen voor uitgifte ICP per 1-3-2021: Klik hier  

Landen die ICP erkennen:

  • Oostenrijk 
  • België 
  • Kroatië 
  • Tsjechië 
  • Frankrijk 
  • Duitsland 
  • Hongarije 
  • Litouwen 
  • Luxemburg 
  • Nederland 
  • Roemenië 
  • Servië 
  • Slowakije 
  • Verenigd Koninkrijk 

Kadaster teboekstelling als officieel bewijs van eigendom: 

  • Koninkrijk Nederland (+ Antillen) 
  • Belarus 
  • België 
  • Duitsland 
  • Frankrijk 
  • Kroatië 
  • Luxemburg 
  • Montenegro 
  • Oostenrijk 
  • Servië 
  •  Zwitserland


Op de bon zonder bootnaam

Verontwaardiging in een regionale krant; een schipper zou op de bon zijn geslingerd omdat zijn boot geen zichtbare naam had. Het is een waarschuwing om je zaken op orde te hebben ter vermijding van een bon. 

Hoe zit het? 

Je mag niet varen als je geen goed leesbare naam op je boot hebt staan (BPR art. 2.02 1e lid onder a.). De agent mocht dus een bon uitschrijven. Maar waarom is dat verplicht? In de toelichting op BPR art. 2.02  wordt dat duidelijk: “Het eerste lid, litt. a, behelst de verplichting tot aanduiding van de naam van het schip. Aldus is het mogelijk het schip aan te roepen.” 

Maar je mag ook niet varen als de naam en woonplaats van de eigenaar niet op een opvallende plaats van de boot zichtbaar zijn (zelfde artikel onder b.). Dit is dus de andere helft van de regel waaraan je je in het binnenland moet houden. En waarom is die verplichting er dan? De toelichting op het BPR zegt: “In het eerste lid, litt. b, dient de aanduiding van de naam en de woonplaats van de eigenaar niet het belang van de verkeersveiligheid, maar het belang de eigenaar van een gevonden, onbemande boot op te sporen.”

Voor roeiboten, kleine (< 7 meter) zeilboten, bijboten en snelvarende motorboten gelden deze regels niet. Snelvarende boten hebben een Y-nummer dat verbonden is aan de registratie bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. (zelfde artikel 3e lid).

Bijboten moeten een ‘kenteken' hebben waaruit kan worden opgemaakt wie de eigenaar is (zelfde artikel 2e lid). Praktisch: een bijboot heeft een uniek HIN/VIN nummer op een plaatje waarop ook de CE keur staat. Als je een rekening hebt van de boot met dat nummer er op dan is dat dus voldoende. 

Conclusie 1, binnenland: de naam van het (kleine) schip zichtbaar op afstand aanbrengen is voldoende want bedoeld voor aanroepen. Naam en woonplaats kan op het formaat van een visitekaartje want dient alleen voor opsporing.

Maar dan zijn we er nog niet…… er zijn ook kleine schepen die de zee op gaan en onder Nederlandse vlag varen (lees: in het vlagregister opgenomen zijn). Daarvoor geldt dat: “draagt de reder, de rompbevrachter of eigenaar er zorg voor dat de
naam en het internationaal vastgestelde kenmerk van het zeeschip en de thuishaven, gelegen in het land waar inschrijving in het vlagregister plaatsvindt, in duidelijk leesbare letters op het zeeschip vermeld staan”
 (Rijkswet Nationaliteit Zeeschepen, art. 5, 1e lid, d). De Zeebrievenwet (art. 16) bepaalt aanvullend hierop nog dat scheepsnaam en naam van de plaats van de thuishaven op het achterschip moeten staan.  

Dus ook als jouw boot permanent in b.v. Georgetown ligt: de thuishaven die er op moet staan blijft altijd de Nederlandse zoals opgenomen in de Meetbrief behorende bij de Zeebrief. Als je er ‘Georgetown’ op zet en de Nederlandse vlag buiten hangt klopt dat dus juridisch niet en leidt dat vroeg of laat tot problemen met controlerende instanties. 
Noot: een boot zonder registratie in het vlagregister, b.v. met een ICP, is juridisch een statenloos schip en daarvoor geldt deze verplichting dus niet.

Conclusie 2, zee: op een ‘zeegaand schip’ met zeebrief moet dus naast de naam ook goed zichtbaar de plaatsnaam van de Nederlandse thuishaven staan. 

Conclusie 3: De woonplaats van de eigenaar met grote letters op een klein schip zetten is nooit verplicht.